De zoon
We zijn kinderen van God en hebben macht gekregen “kinderen” van God te worden. (Johannes 1:12) Dit natuurlijk wanneer je uit God geboren bent.
Het is belangrijk te weten dat God Zijn vaderschap niet opgeeft. Hij houdt van je en wacht op je. Je moet dit echt wel weten als je wil kunnen functioneren in het Koninkrijk van God.
Waarom? Aha, daar komt het dan. Jawel. Zoals je in het verhaal kan zien is de jongste zoon met open armen ontvangen en merk je dat de vader meteen alle oordeel laat vallen. Hij heeft maar één doel. Zijn zoon in de watten te leggen en het heugelijke nieuws met iedereen te delen.
Maar we zitten nog altijd een beetje met die tweede hé. Ik heb er al vanalles over gehoord. Mensen die zeggen dat die kerel niet gered is vanwege zijn afgunst bijvoorbeeld.
Je moet weten dat die oudste zoon nog steeds bij het huis van de vader was. Hij heeft het huis niet verlaten. Hij is niet in woede weggestapt en heeft niet gezegd; “wel als dat zo zit, salu en de kost”. Nope, dat is zeker niet het geval. Hij is boos omdat hij diezelfde aandacht niet krijgt en dan komt er nog bij dat HIJ zo hard heeft gewerkt en dat HIJ altijd dienstbaar is geweest en omdat HIJ altijd geluisterd heeft naar zijn vader, terwijl de jongeste, die gaat alles opdoen en komt dan met hangende pootjes terug en krijgt alles onder zijn kont geschoven.
Die afgunst is heel dikwijls te vinden binnen de kerk. En daarbij komen dan nog een heleboel theorieën die bepalen dat de vader hen die dingen niet wil geven om hen nederig te houden enzovoort.
Die zoon is nog steeds een zoon en heeft het huis niet verlaten of dat wordt althans niet geschreven. De oudste zoon is dus nog steeds in het huis.
Tot mijn grootste spijt blijven de ‘verhalen’ van de ‘verloren’ zoon altijd maar hetzelfde en blijven ze altijd maar bij die vijf puntjes van berouw en hoe God ons wil zien thuiskomen.
Kleine melding: wanneer je thuis bent, dan ben je thuis. Stop dat gepreek over naar huis komen. Get a life.
Er volgt een heel specifiek stukje dat praktisch altijd wordt weggelaten.
We lezen over de afgunst van de oudste zoon en hoe de vader hem probeert aan te moedigen toch mee te vieren. Die zoon verwijt eigenlijk een beetje zijn vader omdat hij nog zelfs geen bokje heeft gekregen om met zijn vrienden vrolijk te zijn.
Nu dan… het, in de preken, weggelaten stukje.
De vader zegt dan tegen zijn oudste zoon.
“Maar zoon toch. Gij zijt altijd bij mij. Al wat van mij is, is van u.”
Voor hen die nog geen genezing hebben ontvangen voor hun slechte ogen en voor hen die traag van begrip zijn.
Gij zijt altijd bij mij, al wat van Mij is, is van u
Hebt ge het kunnen lezen? Is het begrepen? Als u denkt dat ik dit uit mijn duim zuig, dan wil ik u even doorverwijzen naar de woorden van Jezus in Lucas 15:29.
“Ja, maar Sven, we moeten dat toch …euh…anders interpreteren, want…”
HOU U KOP EN LEES WAT ER STAAT! ER STAAT WAT ER STAAT EN HET FEIT DAT JE NIET HEBT IS OMDAT JE NIET LEEST WAT ER STAAT. Simpel genoeg?
Waarom moeten mensen altijd de boel verdraaien om duidelijk te maken dat we niks hebben, terwijl God UITROEPT dat er niets te kort is. Dat we maar moeten vragen en dat we kunnen ontvangen. Dat we kinderen van Hem zijn en dat we medeërfegenamen zijn en dat we gewoon in alle rust kunnen leven. Wilt ge feesten? Feest dan. Simpel als dat. Geloof nu eens simpel wel dat als God iets zegt dat het dan ook zo is.
“Ja, maar”, is echt geen oplossing voor je levenssituatie. Het is een uitvlucht om je positie te kunnen verdedigen.
“Kijk eens naar mij. Ik heb al zo veel goede werken gedaan en krijg nog niks”. Pak het dan, het is van u. God houdt echt niks achter. Integendeel. Hij vertelt dat je maar moet bidden en ontvangen. Dat al wat Hij heeft van jouw is. Hoeveel moet ge nog hebben? Een woord uit de hemel? Ge zoudt het nog niet geloven. Ge verdedigt uw eigen goede werken en denkt dat God niks voor je heeft.
Wanneer je een kind van God bent, een zoon of een dochter, dan behoor je tot het huishouden, het gezin van God. God’s familie… en dat houdt in dat je naar de kast mag wandelen en nemen waar je zin in hebt. Je komt alleen tekort door je eigen tekort aan begrip.
Hosea; “je gaat ten onder door een tekort aan kennis”
Je weet niet wat God zegt en kijkt steeds op de omstandigheden. Je wil alsmaar gediend worden door God. En wanneer God bezig is met het vieren van feest voor een ander dan denk je dat Hij iemand anders hoger stelt dan jij. Nee, nee, neeeeeee…. Je bent nu eenmaal al bij de vader en je hoeft echt niet te doen alsof je niets hebt. Hij heeft altijd al voor je gezorgd. Het feit dat je eten hebt, onderdak, een auto, de basisbehoeften, bewijst dat Hij met je bezig is. Maar wil je een feestje? Feest dan. Go for it. “Al het mijne is het uwe” zegt de Vader.
Zoonschap, kind van de Vader. Zagen en bleiten helpt echt niet. Je doet gewoon wat je moet doen en geniet elk moment van de aanwezigheid van de Vader. Hij geniet elk moment van jouw aanwezigheid. Maar aan de andere kan zit Hij in het portaal te wachten tot die ene kleine naar huis komt. “waar blijft die nu toch”.
Ga samen met Hem op de uitkijk staan. Ga mee zoeken en wanneer die dan gevonden is, vier dan mee feest, want je was uitgenodigd. Alleen al het feit dat je een deel bent van het huis is een uitnodiging.
In mijn huis
Heb je het een beetje begrepen? Denk je dat dit grappig is of onmogelijk is? Nee, toch niet. We moeten ons eigen denken uit de weg zetten.
Ik wil je iets vertellen over mezelf J Yep.
Een aantal jaren geleden kwam ik in contact met een jongen. Een pracht van een kerel en hij staat zowat bovenaan in mijn vriendenlijst, al zie ik ‘m niet veel.
Helemaal in de beginperiode ontwikkelde zich er een liefde in me die ik niet kon beschrijven. Het is alsof het mijn zoon is, al is dat volledig niet zo… te oud om mijn zoon te zijn. (of ik te jong om zijn vader te zijn.). Een uitspraak die ik deed was; “Wat van mij is, is van u”. Die woorden zal ik niet terugtrekken en kan ik zelf niet terugtrekken en hij… J Yeah… Hij profiteert er niet van, maar laat het ook niet links liggen.
Ik herinner me een moment waarop we op stap waren. Hij was op zoek naar een draadloze modem tegen een goede prijs voor zijn computer. Hij had een computer, alleen zag ik het nut niet om een draadloze modem te hebben. Het was een gewone pc en hij had een kleine studio en was al aangesloten aan het internet.
Hij was heel enthousiast bezig over hoe hij dan overal en altijd met de computer kon zijn en dan op internet kon surfen. Daarbij sloeg mijn verbeelding een beetje op hol. Die hele pc verhuizen? Op de trein? Geen idee waar die mee bezig was, maar ik zal maar blij zijn voor hem en mee zoeken naar een goede draadloze modem.
Ik heb geen idee wat er gezegd is geweest of wat er gebeurd is, maar mijn gedachten kregen een lichte verheldering. “Wow, lap, diene heeft het over mijnen laptop”. J J J
Jawel, mijn hartje sloeg even over. Mijn laptop. Daar had hij het over. Zijn computer, waar die ging mee rondreizen en die zo mobiel was, was mijn dierbare laptop. Auw dus.
Zijn taal stond parallel met mijn woorden. Ik had hem een aantal dagen daarvoor al gezegd dat alles wat ik had van hem was. Blijkbaar waren die woorden bij hem gezonken en begon hij ernaar te leven.
Ik daarentegen had de impact van mijn woorden nog duidelijk niet begrepen, maar dat veranderde snel.
Mijn woorden zijn nog steeds dezelfde in zijn situatie. Wanneer hij binnenkomt en neemt iets mee, gevraagd of ongevraagd, kan ik het hem niet weigeren of kan ik hem niet tegenhouden. Waarom? Ah, voila, da is het, het is al van hem.
Soms is hij onzeker. Een tijdje geleden kwam hij binnen en vroeg of hij een bepaald stuk apparatuur mocht meenemen. Ik vertelde hem; “ge weet wat ik gezegd heb”. Hij bleef steeds maar om toestemming vragen, maar vertrok later die dag zonder dat object. Hij moest het zelfs niet vragen. Ik zal nog enkel bevestigen wat ik al eerder heb gezegd en ik meen hetgeen ik zeg. Hij weet het wel en weet wat wel en niet kan. Niet wat ik wel of niet toelaat. Maar of zijn hart oprecht is of niet.
Wat effect heeft het op mij wanneer hij iets noodzakelijk zou meenemen? Bijvoorbeeld mijn laatste eten wanneer ik net niet thuis ben bijvoorbeeld? Geen enkel effect. Waarom? Omdat ik niet afhankelijk ben van wat hij wel of niet meeneemt, maar van wat God wel of niet voor mij heeft.
Tijdens de periode van de laptop liet God mij hetvolgende weten. Net zoals die jonge man reageerde over die laptop. Op de manier waarop hij die laptop zich eigen maakte, zo mogen wij ons dingen eigen maken in het koninkrijk van God.
God zijn huis staat open en Hij sluit zijn kasten niet. Het gaat er bij God niet aan toe zoals in het standaard westers gezin. “Als je iets nodig hebt, moet je het eerst vragen”. Je hebt dan de mogelijkheid te weigeren. Bij God is het goed te vragen voor wijsheid. Is het goed te vragen of die auto wel een goed idee is. Maar zelfs dan nog. Wil je hem? Dan kan je hem nemen want hij staat er en God zegt; “Wat van mij is, is van u.”
Zelf leven we in een wereld waarin we onszelf beschermen. Als er iemand iets te veel wegneemt… ai, oei… dat zou wel eens pijn kunnen doen. We moeten hierin onszelf afhankelijk stellen van God en weten dat we nooit, maar ook nooit te kort zullen komen. Integendeel. God heeft niets te kort en stelt alles tot onzer beschikking.
Recente reacties