De Verloren Zoon - Part 4

25 06 2008

Iedereen?

 

Ben je er nog? Zit je nog te lezen? Ik stelde je een vraag. “Iedereen?” Lees het verhaal en merk het vervolg op.

 

“Hé, kom eens hier? Wat is daar aan de hand?”

De oudste zoon was nog aan het werk op het veld. Hij hoorde de muziek en het gelach wanneer hij in de buurt van het huis kwam. Daarmee riep hij één van de dienstknechten en vroeg hem wat er aan de hand was.

“Je broer is terug thuis. Je vader heeft het beste, gemeste kalf laten slachten en ze vieren daar feest nu.”

 

De oudste zoon bleef buiten staan. Hij weigerde een stap binnen te zetten.

“Wat denkt die wel?”

 

Dan komt papa naar buiten.

“Kom toch binnen. Kom mee feestvieren. Je broer is terug.”

De reactie van de oudste.

“Gij vind da normaal of wa? Ik zwoeg en ploeg en doe niks verkeerd, maar de diene daar die gaat al uw geld verbrassen, komt dan terugkruipen en dan gaat ge daar een feest voor geven? Ge hebt mij nog nooit een klein bokske gegeven om te kunnen vieren met mijn vrienden. Nee, dank u wel, ik blijf wel hier.”

 

Tot daar iedereen dus. Duidelijk dat niet iedereen blij is. Zo ook kan je dat terugvinden in het verhaal in Lucas 15. De schriftgeleerden zijn helemaal niet blij dat Jezus omgaat met tollenaars en zondaars. Ze werken zo hard en zijn zelf zo goed. Hij zou toch beter hen een beetje meer aandacht geven in plaats van die anderen die alles toch maar verbrassen. Waarom zou je daar je tijd in steken en je vermogen? Heel simpel. God houdt van ons. Zo simpel. En wanneer je na een pijnlijke reis weer thuiskomt dan is Papa maar om één ding blij. Dat Hij je weer in Zijn buurt heeft. Het doet Hem pijn te weten dat het niet goed met je gaat en dat je niet verzorgd wordt met het beste van het beste. Het doet Hem pijn te weten dat je verloren loopt, al denk je er zelf soms anders over. Hij wil je beschermen, maar geeft je ook de vrijheid het huis te verlaten. Het doet er niet toe of je hard zwoegt en ploegt. Hij houdt gewoon van je zoals je bent.

 

De meeste preken die ik ken blijven altijd maar op dit niveau ongeveer.

  1. Je bent een verloren en zondig zoon.
  2. Je moet nederig  zijn en berouw hebben.
  3. God doet de deur voor je open wanneer je klopt.
  4. Je moet dienaar worden.
  5. We herkennen onze eigen afgunst vanwege de afgunst van de oudste zoon.

 

Ik denk dat je wel weet dat wanneer dit is wat je leest, dat je echt wel moet herlezen en dat je die liefde van de vader echt niet begrepen hebt en echt niet hebt begrepen wat God hier te vertellen heeft.

 





Handleiding

13 06 2008

Matteüs 6:15

Maar indien gij de misdaden van de mensen niet vergeeft, zo zal ook uw Vader uw misdaden niet vergeven.





De verloren zoon - Part 3

3 06 2008

Spijtige nederigheid.

 

Waarom een titel zoals “spijtige nederigheid”. Nu moet je weten dat nederigheid heel heel heel heel heel goed is. Dat is dus heel goed hé, maar dat had je al wel begrepen. Maar waarom dan spijtig?

 

Wanneer je het verhaal over de zoon leest die weer thuis komt dan wordt het maar al te dikwijls gelinkt aan hoe nederig je moet zijn om tot de vader te komen. Je moet kruipen en zweten en berouw tonen.

Je kan doen wat je wil. Wanneer het niet uit je hart komt is het schijnheilig. Je komt terug thuis en Papa ziet je komen en Hij rent op je af en is vol ontroering.

 

“Ach, kijk toch eens hoe slecht we zijn”.

 

De nederigheid van de zoon in dit verhaal was geen bevel. Jezus vertelt dit verhaal met een hartsingesteldheid. Het inzicht van die zoon en het feit dat hij berouw heeft van hetgeen hij gedaan heeft. Hij weet dat het thuis zelfs voor de dienstknechten beter is en gaat terug naar huis. Hij schaamt zich en komt voor zijn vader en hoopt op genade. Papa staat al lang te wachten met zijn genade. Hij denkt niet aan genade. Hij denkt niet.

“nu komt het moment van het oordeel. Zoon, kom tot inkeer en ik zal je vergeven. Je bent nu mijn slaaf want ik red je uit de wereld die jouw doet zondigen”.

 

Nee, nee, nee, dat is volledig niet wat er gebeurt. Wanneer je oprecht bent van hart dan onderwerp je jezelf automatisch, maar niet omdat je dan iets gedaan zou krijgen. Je Vader ziet je sowieso graag en heeft maar één wens.

“Wanneer komt die naar huis. Waar blijft die toch”.

 

Zijn hart kijkt uit naar de horizon. “Hé, kijk daar beweegt iets. Nee, toch niet, het is een voorbijgaande ezel.” Elke dag staat die aan de deur op de uitkijk. Wanneer zijn dienstknechten hem aanspreken “Meester, het eten is klaar”, wuift hij even met zijn hand; “jaja, ik kom al”. Maar een uurtje later is hij er nog niet. Hij staat nog steeds op de uitkijk. De dienstknechten houden hem in de gaten en besluiten zijn eten tot bij hem te brengen. Hij kijkt eens naar het bord en neemt een hap… “Hé, kijk, daar beweegt een puntje.” Hij laat zijn bord staan en loopt richting punt. Hij keert terug, afwachtend; “Hij zal wel komen, het was ‘m nog niet. Hij is onderweg, ik weet het, hij komt terug. Ik blijf nog een uurtje zitten dan ga ik slapen.”

En jawel hoor, slapen doet hij. Maar hij haalt zijn bed niet. Hij valt in slaap daar waar hij zit. Die laatste minuut kan het zijn. Elk moment nu. Dag in, dag uit. De dienstknechten houden hem in de gaten. Ze brengen zijn eten aan de deur en wanneer hij indommelt dekken ze hem met een warm deken tegen de koude nacht. Ze zijn erbij betrokken. Wanneer de meester zijn ogen sluit, blijft er nog een dienstknecht zitten. “Hij mag het niet missen. Als zijn zoon eraan komt dan kan ik hem gauw wakker maken”. Ze houden de meester alert en proberen hem aan te moedigen te eten. Maar er is maar één ding waar zijn volle aandacht naar uitgaat. Zijn zoon. Zijn lieve Zoon; “Mijn zoon, mijn zoon, waar zit je toch. Waar blijf je toch? Kom toch even eten. Ik heb zoveel apart staan en heb nog zoveel liefde te geven. Ik heb je echt wel lief”.

Op een dag. “?Is’m dat? Zie ik het goed” De dienstknechten kijken mee. Ze hebben er geen idee van. In de verte zien ze wat bewegen, maar zou het de zoon van de meester zijn? Het ziet er zo niet uit. “Geen idee meester, het lijkt er in ieder geval niet op.”

“Ja toch wel, het is ‘m, ik zie het, ik weet het.” De vader springt recht en begint in de richting te wandelen van de persoon die op hem afkomt. Hoe dichter hij komt hoe zekerder hij wordt. Zijn pas versneld, zijn hart bonst in zijn keel; “Het is ‘m, het is ‘m”. Zwaaiend met zijn armen begint hij het uit te roepen. “MIJN ZOON IS ER… HIJ IS ER…”… De dienstknechten horen hem roepen en kijken elkander aan en barsten uit in gejubel. Een paar blijven staan kijken naar het spektakel, anderen lopen naar binnen en brengen iedereen in het huis op de hoogte. Er hangt een sfeer die niet te beschrijven valt. Het onmogelijke is mogelijk geworden. Iedereen dacht dat het voorbij was, dat het niet meer te redden viet. De meester zou tot het einde van zijn dagen naar de horizon zitten staren hebben, maar nee, het is gebeurd, de zoon is weergekeerd.

 

Het hart van de zoon zakt in de grond. Hij voelt zich vernederd, schaamt zich de grond in. “Wat kan ik doen om dit recht te zetten? Wat moet ik zeggen? Zou hij mij nog willen? Komt die mij slaan? Gaat hij roepen?… misschien mag ik nog wel bij hem werken?”

 

Zonder stoppen en/of nadenken rent de vader op zijn zoon af, vliegt hem om de nek en kust hem. “Je bent er weer, je bent er weer. Doe me dat nooit meer aan.”

“Ach, pap, ik ben het niet meer waard je zoon genoemd te worden, ik ben verkeerd geweest. Ik ben tegen jouw verkeerd geweest en tegen de hemel.”

Maar zijn vader is zo gevuld met vreugde dat hij zelfs die woorden niet hoort. Hij trekt zijn zoon mee naar huis en roept uit naar zijn dienstknechten; “Hey, hey, ga het beste kleed halen en breng een ring mee voor aan zijn vinger… en breng nog een paar schoenen mee om aan zijn voeten te doen. En ga het beste kalf slachten. We moeten feest vieren. Geen werk vandaag alleen feesten, mijn zoon is terug thuis. Laat het aan iedereen weten dat hij weer thuis is.”

 

Zo gezegd, zo gedaan. Het feest kan beginnen. Er is niets meer dat de vreugde van de vader kan stoppen. Er is niets meer waard dan zijn zoon. Hij heeft er op gewacht en het heeft zijn vruchten afgeworpen. Er is niets teveel voor hem. Hij is het allemaal waard geweest. Het wachten, de slapeloze nachten, de honger, de teleurstellingen, alles… viert feest

 

Laat je niet misleiden door valse nederigheid. God wil dat je met hem mee viert en blij bent omdat je thuis bent gekomen. Hij wil niet dat je blijft kijken op gisteren en wat je verkeerd hebt gedaan. Hij weet het wel, maar het is belangrijker voor de vader te weten dat je er weer bent. Iedereen viert feest.

 





De Verloren Zoon - Part 2

13 05 2008

Ikke

 

Zelf heb ik dat mogen ervaren. Het gaat niet om de “wedergeboorte” in dit verhaal. Het gaat om een kind dat al in het huis is en dat dan opstapt. Hij gaat het op zijn eigen manier doen. Ik was en ben christen, maar ben even het huis uitgestapt. En dan heb ik het niet over het “ouderlijk” huis of de kerk, al ging ik daar ook weg. Neen, gewoon de wereld in zonder mij iets aan te trekken van God.

Nee, ik kon nooit ontkennen dat God er was… ergens, maar voor mij was dit toch wel een beetje allemaal te veel. Het spijtige is dat God hier nooit de schuld van was. Eigenlijk zou het makkelijk zijn om de schuld op anderen te steken, maar de schuld ligt altijd bij jezelf.

 

Hoe bedoel ik dat? God wil dat we Hem in de gaten houden en naar Hem luisteren, niet naar mensen rondom ons. Dat is iets wat we maar al te vaak doen. Gebasseerd op situaties, mensen, teleurstellingen, etc… was het me allemaal wat te veel geworden. Nee, ik heb geen erfenis meegenomen. Niet bij mijn weten. Nochtans, ik had wel een geestelijke erfenis, waarmee je toch wel een eindje komt, maar in de wereld blijft dat niet. Je gaat er onderdoor en op een bepaald moment kom je op een plaats waar je bij de “varkens” zit en geen kant meer op kunt.

“zelfs de gehuurde werklieden bij mijn vader hebben eten in overvloed en ik zit hier en heb geen nagel om aan mijn gat te krabben” (duidelijk een vrije vertaling)

 

En weet je wat? Je gaat terug naar Papa en Hij staat je al op te wachten. Hij weet precies waar je voor komt, maar Hij is blij dat je weer bent.

In het verhaal zie je dat Hij Zijn dienstknechten beveelt om de zoon een mantel aan te doen, schoenen en een ring aan zijn vinger te doen. En hé, laat ons feesten want mijn zoon was dood, maar is weer levend gewordenJ. Papa is ontroerd door heel het gebeuren en er is niets dat op dat moment beter kan gaan. Hij zit vol ontroering en vreugde. Yeah…

 

Hé, dit is dus letterlijk zo hé. Hij zit te wachten totdat je weer thuis komt en ontvangt je met open armen en overlaad je met rijkdom. Hij luistert nog niet eens naar hetgeen je zegt.

Heb je het al eens gelezen? De zoon is heel nederig en zegt;

“Ik ben het niet waardig je zoon te zijn. Ik heb gezondigd tegen jouw en de hemel”.

Duidelijk heeft papa iets gemist J want zijn reactie is heel duidelijk.

“Breng het beste kleed en breng hem een ring voor aan zijn vinger en breng ook nog wat schoenen”.

 

Yep, dat is God. Hij ziet je echt wel graag en laat het je dan ook duidelijk merken.





De verloren zoon - part 1

23 04 2008

Context

Ik zou het best een andere naam willen geven. Bijvoorbeeld; “De gevonden zoon”, “De erfgenaam”, “Dood, maar weer opgewekt”, ”Thuiskomst”, “De liefde van de Vader”, etc… Waarom juist “De verloren zoon”? Omdat het in de bijbel staat? Het is maar een titel hoor. Een titel die toegevoegd is. In het Engels zal je het woord ‘prodigal’ vinden. “The prodigal son”. Dat ‘prodigal’ betekent; verkwistend, aanhang naar luxe, gul. In die zin zou het dan vertalen naar; “De verkwistende zoon” of “Gulle zoon”.

Een aantal weken geleden hadden we nog een preek bij ons in de gemeente over deze kerel. Niet zo’n slechte preek trouwens. Het ging dus over die zoon en even ook over die andere zoon, die niet van huis was weggegaan.

Het verhaal is trouwens te lezen in Lucas hoofdstuk 15. (In de bijbel dus :-) )

Even de context schetsen hé. Jezus zit daar omringd door mensen van allerlei slag. Ja, lap, daar hebt ge’t al. Ge hebt daar mensen zitten die schriftgeleerden zijn, maar ook farizeeën en jawel, tollenaars ook; een niet geliefd beroep bij de joden. Je kon maar beter geen tollenaar zijn wanneer je geliefd wou zijn. Iemand die de belastingen ophaalde dus… :-) Nergens echt geliefd hé. En er waren ook zondaars. De farizeeën en de schriftgeleerden waren onder elkaar bezig.

“Moet ge die zien. Hij ontvangt zondaars en Hij eet samen met hen.”

Jezus begint dan een verhaaltje te vertellen over iemand die schapen heeft en er dan eentje kwijt speelt. het verloren schaap is niet onbelangrijk. Je gaat ernaar op zoek en wanneer je het gevonden hebt dan ben je toch blij.

Dan vertelt Jezus nog een verhaaltje over een vrouw die een penning kwijt is en ze begint te zoeken en wanneer ze het gevonden heeft, nodigt ze de buren uit om feest te vieren want ze was die penning kwijt en nu heeft ze die weer teruggevonden. En dan… komt het; het allerbeste verhaal. Het gaat over een jonge man die zijn erfenis opeist en het vaderlijk huis verlaat en het ‘leven’ op eigen houtje tegemoet gaat. “FREEDOM”, denkt die kerel. Hij heeft geld en is niet meer afhankelijk van zijn papa :-) Yeah wathever.

Je hebt de context begrepen? Het gaat er dus om dat je de zondaars niet moet onderschatten. Ze zijn belangrijk voor God. Dat is waar het verhaal om gaat. Het volk van Israël is en was het volk van God. Heel veel van de Israëlieten hadden God aan de kant gezet. Eerst ik en dan God. Zo ging het trouwens altijd. Maar voor God zijn het nog altijd Zijn schapen en gaat Hij er nog stees naar op zoek en laat merken dat Zijn deur altijd open staat.

Dat is dus de context in het kort… heel kort. Maar daar blijft het niet bij.

wordt vervolgd… 





De Splinter - part 2

10 03 2008

Jezus was iemand die nooit of te nooit op de opstandigheden keek. Hij luisterde naar God en deed wat Zijn Vader zei om te doen. Dat is volledige toewijding en gehoorzaamheid.

In Efeze 5:1 kan je lezen dat Paulus aanmoedigt om “navolgers” te zijn van God. Heel indrukwekkend wanneer je dat woordje in het Grieks gaat opzoeken. Het spreekt over imiteren. Kijken op God en Hem nadoen. (klinkt een beetje zoals Jezus). Vertellen we niet tegen mensen dat Jezus ons grote voorbeeld is? Vertellen we niet in onze preken dat we Zijn voorbeeld moeten volgen? Nochtans doen we dat niet.

Verscheidene malen vermaant Jezus Zijn discipelen vanwege hun kleingeloof en/of ongeloof. Hij is niet helemaal bij met hun ingesteldheid en hun handelen. Ze moeten leren om op de Vader te kijken en niet afhankelijk te zijn van de situatie. We zien hoe Petrus bijvoorbeeld door het water zakt wanneer hij naar de omstandigheden kijkt in plaats van op Jezus te kijken. Waar is ons voorbeeld?

Hoe spreekt Jezus?

Even verder over de genade.

  • Jezus werd arm zodat wij rijk zouden zijn. (2 Corinthe 8:9)
  • Hij is gestorven zodat wij eeuwig zouden leven. (Johannes 3:16)
  • Hij heeft onze ziekten gedragen zodat wij gezond zouden zijn. (Matteüs 8:17 - 1 Petrus 1:24)
  • Hij heeft onze zonden gedragen zodat wij gerechtvaardigd zouden zijn. (Matteüs 8:17)
  • Hij is een vloek geworden zodat wij niet meer onder de vloek zouden zijn. (Galaten 3:13)

Dat is de genade waaronder we leven. God heeft de vloek opgehoffen. We kunnen die aannemen of gewoon aan de kant laten liggen. Je kan zelf kiezen. Je moet weten dat je voor die genade niet kan werken. Ze is volledig gratis. Je leeft in die genade en stelt ze te werk.

Stel dat je uit de gevangenis komt, dan krijg je vrijlatingspapieren mee. Stel dat er iemand op je af komt en zegt; “Hé, makker, gij moet in de gevangenis zijn”. Wat doe je dan? Je laat hem je officiële papieren zien die zeggen dat je vrij bent. Wat moet je ervoor doen? Smeken dat je je vrijheid mag behouden? Maar nee… Leef. Je moet niets doen wanneer je die papieren ontvangen hebt. Je bent vrij. ‘t Is al. Je kan er niets aan toevoegen en anderen hebben geen recht om je om te praten of in twijfel te brengen. Wanneer ze dat wel doen dan wrijf je het hen maar eens goed in dat je vrij bent. Jawel, zo is dat.

Toen Jezus gestorven was is er vanalles veranderd. De vloek is opgehoffen en alles wat er aan vasthangt.

Wanneer je naar Paulus kijkt dan merk je dat hij een beetje mist. Nee, nee, nee, Paulus was echt niet perfect en dat laat hij hier wel even zien. God zegt duidelijk dat wanneer je Zijn woord hoort en het doet dat je onder de zegen zou zijn en dat genezing en voorspoed bij je zouden zijn. (zie oud en nieuw testament). Het was de hoogmoed van Paulus die de splinter veroorzaakte. God wijst Paulus op het feit dat “Zijn genade” genoeg is. Je moet niet smeken of hopen of werken verrichten. Neen, je moet gewoon aanvaarden dat Jezus gesorven is. Wanneer je dat snapt dan zal je merken dat juist in de zwakheid en de dankbaarheid naar God toe zegening ligt. Je leeft gewoon, bouwt een relatie met God op en houdt God op de eerste plaats want Hij is de oprichter van de genade.

Weer even naar Jezus. Jezus leefde volledig in die afhankelijkheid en genade van Zijn Vader. Hij wist wat kon en niet kon. Zag je Jezus ooit panikeren? Ooit janken en bleiten om een stukje brood te krijgen? Ooit horen zeggen… “het zal misschien God’s tijd niet zijn, kijk maar eens naar Job”… Heb je het Hem ooit zien doen? Nee, toch…

Wordt vervolgd…





De Splinter - part 1

6 03 2008

mp_ss255c-1583.pngMijn Genade is u genoeg…

Een paar woorden die voor honderden mensen bewijzen dat God niet altijd tegemoet komt in hun genezing. Een vers dat volledig uit context en begrip wordt getrokken. :-( Spijtig, want juist deze tekst verteldt het tegenovergestelde…

En opdat ik mij door de uitnemendheid der openbaring niet zou verheffen, zo is mij gegeven een scherpe doorn in het vlees, namelijk een engel des satans, dat hij mij met vuisten slaan zou, opdat ik mij niet zou verheffen. Hierover heb ik de Heere driemaal gebeden, opdat hij van mij zou wijken. En Hij heeft tot mij gezegd: Mijn genade is u genoeg; want mijn kracht wordt in zwakheid volbracht. (2 Corinthe 12:7-9)

God is een genadig God. Hij is vol liefde en bewogenheid.

Een aantal jaren geleden zat ik met dat vers in mijn kop. Ik moest het antwoord weten. God onderwees mij over geloof en genezing, maar deze tekst bleek altijd maar in de weg te lopen. Nu ik ga geen teksten aanpassen naar mijn eigen context want dat zou niet fair zijn. God is de bron en daar moeten we naar luisteren. Hij mag van mij best de hele bijbel verklaren in mijn nadeel, maar alleen God mag dat. Mensen doen dat sowieso al. Als ze maar kunnen duidelijk maken dat ziekte van God komt en dat we dat moeten aanvaarden. Mmmmm…

Ok. Ik ga het proberen kort te houden hé. Genade wordt gewoonlijk gezien als; Lijden en blij zijn ermee, want God loopt naast ons. Dat is gedeeltelijk waar. Dat is zoals in een vrijspraak gekregen hebben, maar we zitten in de gevangenis, maar hé, we moeten blij zijn want de cipier loopt er ook nog… euh… dat is idioot.

In de eerste plaats is die “splinter” bij Paulus geen engel van God, maar een engel van satan. Dat is wel heel duidelijk. Wanneer is God’s kracht zichtbaar? In zwakheid wordt deze geopenbaard.

God’s kracht. Wanneer ik bijvoorbeeld zou ziek zijn en ik lees bijbelteksten en vertel mensen over God dan wordt God’s kracht en heerlijkheid niet geopenbaard. Alleen wordt er geopenbaard dat ik van God “*hou”. Simpel als dat. In Johannes 11 lees je het verhaal waar Lazarus sterft. Eerder kwamen de zussen van Lazarus al bij Jezus om hem te vragen dat Hij zou komen. Jezus zegt daar; “Deze ziekte is niet tot de dood, maar tot heerlijkheid van God, zodat de Zoon daardoor verheerlijkt zal worden” (vrij vertaald dus). Ondertussen sterft die kerel dan toch. De zusjes een beetje teleurgesteld. “Waart gij hier geweest, hij was ni gestorven”. Jezus denkt daar duidelijk heel anders over. Hij ziet niet met zijn verstand, maar met de wijsheid en woorden van God. (dat worden wij ook verwacht te doen). Even later wordt Lazarus uit het graf geroepen en jawel, hij komt eruit. NA VIER DAGEN. Daar is de genade. De blijdschap, de verheerlijking.

De zwakheid na het preken. Wanneer Jezus drie dagen gesproken had, werd Hij bewogen over het volk. Hij kon ze toch niet zonder eten naar huis sturen. MAAR er was duidelijk niet genoeg om uit te delen… zwakheid… maar Jezus nam wat er WEL was en dankte God, WETENDE dat God altijd tegemoet komt. Yep, meer dan vijfduizend mensen hadden eten. Het startkapitaal was 5 broden en 2 vissen. Wat zou jij doen in die situatie? “Ach we moeten lijden om de wil van Jezus!”. Geloof me vrij, honger lijden is niet de wil van Jezus! Ziekte is niet de wil van Jezus!

Al eens op gelet dat Jezus alleen maar deed wat Hij de Vader zag doen? En alleen maar vertelde wat Hij de Vader hoorde zeggen?

Word vervolgd…
(*wordt later nog verduidelijkt)